EEN TIENDE VAN DE BRANDSTOFFEN DIE BIJ TANKSTATIONS WORDT GETANKT IS INMIDDELS BIOBRANDSTOF. HIERMEE WORDEN FORSE CO2-BESPARINGEN GEREALISEERD, NAAST DE STAPPEN DIE TANKSTATIONS ZETTEN ALS HET GAAT OM DE INTRODUCTIE VAN WATERSTOFSTATIONS, HET OPLOPENDE AANBOD VAN PRODUCTEN ALS BLAUWE DIESEL EN HVO EN DE PLAATSING VAN SNELLADERS. MAAR WAAROM WORDT MET NAME DAT STEVIGE AANDEEL BIOBRANDSTOFFEN NIET OF NAUWELIJKS VAN DE DAKEN GESCHREEUWD DOOR TANKSTATIONS? “IK WEET NIET OF DE CONSUMENT ER WEL OP ZIT TE WACHTEN.”

Leveranciers van benzine en diesel voor het wegverkeer zijn op grond van de biobrandstoffenverplichting verplicht om een minimum aandeel van de brandstof als biobrandstof op de markt te brengen. Voor 2020 bedroeg dit minimale aandeel 10 procent. De leveranciers van benzine en diesel hebben verschillende opties om aan de verplichtingen te voldoen. Dat kan door biobrandstoffen bij benzine en diesel bij te mengen of door speciale biobrandstofmengsels of zelfs pure biobrandstoffen op de markt te brengen. En dat is dan ook de afgelopen jaren op grote schaal gebeurt, waardoor een groot deel van de consumenten met auto’s met een traditionele verbrandingsmotor hun tank tegenwoordig volgooien met ‘duurzame’ brandstof. “Het klopt, er is de afgelopen tijd veel veranderd. Biobrandstoffen hebben hun intrede gedan, ook op onze stations. En nu je het zegt, het klopt ook dat we er niet of nauwelijks over communiceren”, zegt Erik Lagendijk van Lagendijk Benzinestations. Dat heeft redenen, weet hij. “Ja, je zou je kunnen voorstellen dat medewerkers bij het afrekenen iets vertellen over de brandstof die de klant net heeft getankt. Zo van; weet u dat een deel van de brandstof die u heeft getankt groene biobrandstof is? En dat er door biobrandstof toe te voegen minder fossiele brandstoffen nodig zijn, en dat dit helpt de CO2-uitstoot te verminderen. Maar in de praktijk is dit toch lastig. De tijd ontbreekt voor dergelijke gesprekken. En ik weet ook niet of de consument er wel op zit te wachten.” Dat laatste heeft ook voor een deel te maken met het feit dat niet alle consumenten gerust zijn op het steeds meer toevoegen van biobrandstof. Veel automobilisten vrezen dat hun (oudere) auto niet bestand is tegen de invloed die ethanol op de motor heeft. Zo zouden de aluminium onderdelen worden aangetast, net zoals sommige slangen en afdichtingen. “Hierdoor kiezen zij vaker voor een premium brandstof waar geen of minder bio-ethanol in zit”, weet Lagendijk. Onderzoeken steunen hem hierin. Ruim een jaar na de invoering van het E10-benzinelabel blijkt volgens onderzoek van MultiTankcard dat veel automobilisten kiezen voor het duurdere E5-label waar minder bio-ethanol in zit. Ook steeg in 2020 het verkoopvolume van de E5-brandstof met tientallen procent, terwijl over diezelfde periode de verkoop van E10 daalde. De populariteit van E5 (voorheen euro 98) is het gevolg van de zorgen over E10, stelt onderzoek.

 

Kort door de bocht

Wim van Gorsel vindt het een lastig vraagstuk. “Communiceren over alleen biocomponenten in brandstoffen en het groene karakter daarvan is misschien wat kort door de bocht, bovendien zijn er ook veel problemen geweest met de biocomponenten. Kijk, je kunt je er ook niet meer mee onderscheiden. Het is wettelijk bepaald in de bijmengverplichting dat er een minimum aandeel bio bijgemengd wordt. En dat geldt voor iedereen. Een station in Groningen verkoopt brandstoffen met biocomponenten, maar ik met mijn station in Zeeland ook.” Wel ziet hij kansen voor de enorme stappen die de markt met z’n allen heeft gezet en nog gaat zetten als het gaat om het verduurzamen van het aanbod. “Daar mogen we best wel trots op zijn en dat mogen we ook best wel vertellen. Met ons unieke netwerk van tankstations zijn wij een onmisbare schakel in de energietransitie. Dat is ook erkend in de Brandstofvisie 2.0 betreffende duurzame energiedragers in de mobiliteit, hierin staat duidelijk verwoord, dankzij onze inbreng, dat de tankstations als dé energielocaties van de toekomst worden gezien.” Als het gaat om de transitie en de rol van de tankstations ziet Van Gorsel kansen op tal van vlakken, en op de korte termijn zeker ook voor biobrandstoffen. “Mobiliteit verandert,
elektrisch rijden doet zijn intrede en dit gaat sneller dan we in eerste instantie dachten. Maar de grote meerderheid rijdt voorlopig nog op fossiele brandstoffen, door die te verduurzamen kunnen dus óók op korte termijn flinke stappen worden gezet. Met andere woorden: op weg naar een toekomst met veel minder emissie zijn ook duurzame en synthetische biobrandstoffen onmisbaar.” Deze brandstoffen worden volgens het Klimaatakkoord bij voorkeur gebruikt als brandstof waarvoor nog geen alternatief voorhanden is. Van Gorsel: “Er is inmiddels een heel portfolio aan brandstoffen beschikbaar die fossiele brandstof gedeeltelijk kunnen vervangen of in een bepaalde blend te gebruiken zijn: groengas, bio-LPG, ethanol, biomethanol, biodiesel en hernieuwbare diesel. Daarmee kan de CO2-uitsttoot al flink worden teruggedrongen.” De meeste biobrandstoffenzijn zogenoemde drop-in fuels. Hiervoor hoeft de logistieke infrastructuur nauwelijks te worden aangepast. Van Gorsel: “Maar ook met beter of groen fossiel zoals LPG, LNG, GTL en CNG kunnen er op zeer korte termijn al flinke stappen worden gezet. Misschien moeten we daar toch wat meerover gaan vertellen als sector.”

Biobrandstoffen zijn brandstoffen die zijn gemaakt uit biomassa. Er zijn verschillende biobrandstoffen, zoals biodiesel, bio-ethanol, biogas of bio-butanol. De meeste biobrandstoffen worden geproduceerd uit plantaardig materiaal als palmolie, koolzaad, suikerriet, mais en graan. In 2020 bestond minimaal 10 procent van de brandstof in het vervoer uit alternatieve brandstoffen, zoals biobrandstoffen. Dit hebben de landen van de Europese Unie (EU) met elkaar afgesproken.

Stickeren

Het communiceren over biobrandstoffen blijkt lastig. Toch wordt de consument tegenwoordig via stickers op de pompen gewezen op welke brandstof geschikt is voor hun voertuig. Pomphouders uit de hele EU moeten de stickers plaatsen. De brandstofstickers voor benzine zijn zwart-wit en hebben een ronde vorm. Bij Euro 95- of Euro 98-benzine staat een sticker met E5 of E10. Het getal na de E geeft aan welk percentage biobrandstof ethanol er maximaal door de benzine gemengd mag zijn. Tankstations in Nederland mogen overigens altijd een alternatief voor E10 benzine verkopen, zoals Euro 95 en Euro 98 met sticker E5. In Duitsland en Frankrijk is E10 al bij veel tankstations te krijgen. De E85-sticker geeft aan dat er tussen de 10 procent en 85 procent bio-ethanol in zit. Deze brandstof is alleen geschikt voor voertuigen met een zogenoemde flex-fuel-motor. In Nederland is dezebrandstof nog maar op enkele plaatsen verkrijgbaar.